Permanente eisen taxi’s

Regeling permanente eisen taxi’s

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 159 van het Besluit personenvervoer;

Besluit:

Artikel 1 1
[Vervallen per 01-05-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder taxi een auto waarmee het in artikel 1, onder j, van de Wet personenvervoer 2000, bedoelde taxivervoer wordt verricht.

Artikel 2 1
[Vervallen per 01-05-2009]

1 Als regels voor de afgifte van een keuringsbewijs van motorrijtuigen, waarvan het kentekenbewijs deel I A dan wel kentekenbewijs deel I onder bijzonderheden vermeldt: ’taxi, zie bijlage’, worden vastgesteld de regels welke zijn opgenomen in de artikelen 3 tot en met 8.

2 De bijlage welke deel uitmaakt van het kentekenbewijs deel I A dan wel kentekenbewijs deel I moet overeenkomstig het bepaalde in de bijlage behorend bij deze regeling zijn uitgevoerd.

Artikel 3
[Vervallen per 01-05-2009]

1 In het geval op de bijlage rails of andere bevestigingspunten voor de bevestiging van rolstoelen zijn aangegeven, mag het aantal stoelen of banken in de taxi minder zijn dan op de bijlage is aangegeven en behoeft de positionering van de stoelen of banken niet overeenkomstig de bijlage te zijn.

2 Indien op de rails stoelen of banken zijn bevestigd, moet de positionering ervan zodanig zijn dat voldoende doorgang naar een deur is gewaarborgd.

Artikel 4
[Vervallen per 01-05-2009]

De deuren moeten van binnen en van buiten kunnen worden geopend en gesloten.

Artikel 5
[Vervallen per 01-05-2009]

1 Indien op de bijlage een nooduitgang in het dak dan wel een hamertje is aangegeven moet:

a. een nooduitgang in het dak aanwezig zijn, of

b. een noodhamertje op een zichtbare plaats zijn aangebracht.

2 De in het eerste lid genoemde nooduitgang in het dak moet van binnen en van buiten kunnen worden geopend.

a. Het in het eerste lid genoemde noodhamertje moet zijn voorzien van een signalering dat de chauffeur van de taxi waarschuwt in geval van verwijdering van het noodhamertje.

b. Indien aan het noodhamertje een kabel is verbonden, moet deze een zodanige lengte hebben dat met het noodhamertje het midden van de ruit in welke directe omgeving het hamertje is bevestigd, kan worden bereikt.

4 Met een op de bijlage bij een schuifdeur aangegeven tweede deurklink, moet de betreffende schuifdeur kunnen worden geopend.

Artikel 6
[Vervallen per 01-05-2009]

1 Indien de taxi is bestemd voor het vervoer van personen in rolstoelen, moeten een lift, oprijplaten dan wel andere middelen aanwezig zijn om de rolstoelen in de taxi te kunnen plaatsen.

2 De in het eerste lid genoemde middelen moeten deugdelijk aan de taxi kunnen worden bevestigd en de lift moet functioneren.

Artikel 7 3
[Vervallen per 01-05-2009]

1 Op de plaats waar rolstoelen kunnen worden bevestigd moeten, met uitzondering van de plaatsen waar eventuele stoelen of banken zijn bevestigd, de bevestigingsmiddelen voor deze rolstoelen en de daarbij behorende autogordels aanwezig zijn.

2 De rails en de vastzetinrichtingen alsmede de onderdelen ervan voor de bevestiging van rolstoelen, mogen niet zijn vervormd of beschadigd.

3 Vastzetinrichtingen moeten op de daarvoor aanwezige bevestigingspunten passend kunnen worden bevestigd.

4 Vergrendelinrichtingen van vastzetinrichtingen moeten met de hand te bedienen zijn en moeten functioneren.

5 Bevestigingsmiddelen niet zijnde vastzetinrichtingen en autogordels moeten zijn voorzien van een goedwerkende sluiting en mogen niet zodanig zijn beschadigd dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht.

6 De vrije ruimte voor een rolstoelplaats moet bestaan uit een fictief blok met een lengte van 120 cm, een hoogte van 140 cm, een breedte van 68 cm tot een hoogte van 60 cm en een breedte van 50 cm daarboven, waarvan een van de korte ribben aan het bovenvlak is afgerond met een straal van 90 cm.

7 De in het zesde lid bedoelde maten mogen worden verminderd tot een lengtemaat van 110 cm in situaties waarin meerdere rolstoelen in elkaars verlengde worden geplaatst en tot een breedtemaat van 65 cm in situaties waarin meerdere rolstoelen naast elkaar worden geplaatst.

8 De artikelen 2.12.1 en 2.12.2 van de Regeling permanente eisen zijn van overeenkomstige toepassing.
(Bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009110/2008-11-20)

Advertenties